Het autonome vermogen van het hartritme om zich aan te passen aan de behoeften van het lichaam staat tegenwoordig ook bekend als hartritmevariabiliteit (HRV). En het kan worden gemeten. Een simpele regel is dat hoe hoger de capaciteit is van het hartritme om zich aan te passen aan de behoeften van het lichaam—dat wil dus zeggen hoe hoger de waarde van de HRV—des te gezonder je bent. Zowel fysiologische als psychische verstoringen kunnen dit autonome vermogen verminderen. Zo hebben bijvoorbeeld diabetes en psychologisch trauma een negatieve invloed op iemands hartritmevariabiliteit—de gemeten HRV neigt dan naar lagere waarden. Je hebt zelf nauwelijks directe invloed op je hartritme (al kan dit wel getraind worden) en je hebt geen directe invloed op je hartritmevariabiliteit.
Bij de ademhaling ligt dat heel anders. Naast de autonome regulatie door je lichaam, kun je zelf bewust je ademritme aanpassen. Je kunt in principe naar believen sneller of langzamer ademen. Bovendien kun je je ademvolume en de plaats in je longen waar de nadruk van je ademhaling ligt variëren. En verder kun je ook werken met de pauzes tussen in- en uitademing. Behalve sneller of langzamer kun je dus dieper of oppervlakkiger ademen, meer in je buik of meer in je borst, en je kunt de pauzes tussen in- en uitademing vergroten, verkleinen, of zelfs helemaal achterwege laten door in een verbonden ritme te ademen—bij een verbonden ademritme volgt de inademing zodra de uitademing afgelopen is en de uitademing zodra de inademing afgelopen is, dus zonder pauzes ertussen. De praktijk wijst uit dat de meeste mensen nauwelijks bewust gebruik maken van deze mogelijkheden. Sterker nog, de op de beginpagina genoemde mogelijkheid om via de ademhaling bepaalde gevoelens te dempen of te onderdrukken—een mogelijkheid die de meesten van ons zich al op jonge leeftijd eigen lijken te hebben gemaakt—heeft ervoor gezorgd dat minimaal ademen, met veel pauzes, bij velen van ons een gewoonte is geworden. Wanneer je lichaam dan gedurende verhoogde lichamelijke inspanning—bijvoorbeeld tijdens sporten—je ademcapaciteit autonoom verhoogt en de in- en uitademing met elkaar verbindt in een verbonden ritme dan kan het gebeuren dat je spontaan een enorme verademing ervaart—letterlijk!
Door bewust te experimenteren en te oefenen met de verschillende mogelijkheden om je ademcapaciteit te verhogen en vooral ook door bewust verbonden te ademen, kun je de neiging om je ademhaling onder controle te houden geleidelijk los leren laten en kun je in contact komen met een meer natuurlijk ademritme—dat wil zeggen een ademritme dat zich optimaal aanpast aan je lichamelijke en psychologische behoeften, net zoals je hartritme dat doet wanneer je gezond bent. Dit heeft belangrijke voordelen voor je gezondheid: zowel voor je fysieke als voor je geestelijke gezondheid.
In tandem met een optimaal hartritme zorgt een optimaal ademritme voor een optimaal metabolisme. Dat wil zeggen: een optimale toevoer van zuurstof en een optimale afvoer van CO2 (en eventuele andere afvalstoffen). Het klinkt misschien vreemd, maar door je ademhaling te beperken beperk je ook wat je voelt en waar je je bewust van bent. Andersom betekent dit, dat wanneer je jezelf toestaat om voller en verbonden te ademen, je ook meer voelt en dat je bewustzijn zich verruimt.
Een simpel experiment dat je zou kunnen doen is het volgende. De volgende keer dat je lichamelijke pijn ervaart—bijvoorbeeld doordat je je ergens aan stoot of in je vinger snijdt—probeer dan eens op je ademhaling te letten en hoe die samenhangt met wat je voelt en ervaart. Je zult merken dat je adem in zo’n situatie vaak stokt. Beter gezegd, je houdt je adem in. Daarmee sluit je jezelf zoveel mogelijk af voor wat je ervaart. Je voelt de pijn minder—omdat je je ervoor afsluit. En daar gebruik je je ademhaling dus voor. Als je echter juist sneller of dieper en verbonden gaat ademen en gelijktijdig de pijn bewust aanvaardt voel je je heel anders—veel meer een geheel. Je zult dan ook merken dat je de pijn wel voelt, maar dat het gevoel dat dit erg is niet meer zo sterk is. Met je adem kun je de pijn “begeleiden” en kun je gewaarworden dat die in golven komt en gaat. Door erbij te blijven (en je er dus niet voor af proberen te sluiten) blijft er ook geen “residu” achter. Je verwerkt wat er gebeurt in het moment zelf door het volledig te voelen. Wanneer je je ervoor afsluit daarentegen, blijft er iets in je achter wat je niet hebt willen voelen. Je begrenst en verkleint jezelf dan. Om dat stuk van jezelf waarvoor je je op dat moment afsluit later weer te kunnen ervaren zul je eerst de weerstand om die pijn te voelen moeten overwinnen. Een goede manier om direct met pijn om te leren gaan is door er bewust “in” te ademen—misschien door je adem te versnellen. Daarmee doorbreek je tegelijkertijd de gedeeltelijk aangeleerde en gedeeltelijk instinctieve neiging om je adem in te houden bij dit soort gebeurtenissen. Het is bijzonder interessant om met dit soort omstandigheden te experimenteren. Goede onderzoeksvragen zijn: wat is je onmiddellijke reactie wanneer je je pijn doet? Wat gebeurt er met je ademhaling? Wat gebeurt er wanneer je juist voller gaat ademen in plaats van je adem in te houden of te reduceren? Wat voel je en hoe voel je je daarover? Wat gebeurt er met de pijn? Hoe voel je je na afloop?
Door voller en verbonden te leren ademen en controle van je ademhaling geleidelijk aan los te leren laten verruim je zoals gezegd het bewustzijn van wie je bent en verbeter je je gezondheid. Door een verhoogd metabolisme voer je afvalproducten en gifstoffen beter af. Hierdoor is je lichaam beter in staat de ingeademde zuurstof te gebruiken en voel je je energieker. Hoewel je hier in eerste instantie bewust aan werkt door gedurende bepaalde momenten bewust voller en verbonden te ademen, kan het zijn dat je plotseling beseft dat jij het niet bent die ademt, maar dat de ademhaling zelf het overneemt en autonoom het optimale ritme en volume reguleert. Dat kan een intens bevrijdende ervaring zijn—de volle macht van je adem zo in jezelf te voelen leven.
Wanneer je bewust met je ademhaling gaat werken door gedurende kortere of langere momenten voller en verbonden te ademen is de kans groot dat je op een gegeven moment een innerlijke weerstand tegenkomt die je belet om verder te gaan. Die weerstand kan zich uiten in de vorm van afleidende of rebellerende gedachten en stemmingen—bijvoorbeeld je herinnert je dat je dit of dat nog moet doen en dit neemt je zo in beslag dat je vergeet het volle, verbonden ademritme vol te houden; of je denkt dat het onzinnig is wat je hier aan het doen bent en ergert je aan je ademcoach, etc. De weerstand kan zich ook openbaren als een lichamelijk onvermogen om het ademritme vol te houden, of als een sterk niet willen. Tenslotte komt het ook redelijk vaak voor dat mensen tijdens het bewust verbonden ademen eenvoudigweg in slaap vallen.
Het omgekeerde is dat je ademhaling het spontaan van je overneemt terwijl je dat helemaal niet wilt en er nog helemaal niet klaar voor bent. Dit fenomeen komt niet persé tijdens ademsessies voor, maar treedt vaak spontaan op in de vorm van een paniekaanval—we noemen het ook hyperventileren. Mensen die veel met ademen hebben gewerkt gaan ervan uit dat je een paniekaanval eigenlijk als een spontane verbonden ademsessie kunt zien en dat zij dezelfde helende werking kan hebben die in een verbonden ademsessie bewust wordt opgezocht. Echter, bij een paniekaanval gooit de bijkomende paniek roet in het eten. Het idee om het gewoon toe te laten is wel het allerlaatste waar iemand die een paniekaanval ondergaat of iemand die de aanval bij iemand anders ziet gebeuren voor open staat. De neiging is om het hyperventileren zo snel mogelijk de kop in te drukken zodat alles weer normaal wordt en onder controle is.
Ademtherapeuten die met bewust verbonden ademen werken en sommige traumatherapeuten zien paniekaanvallen als een spontane activatie van traumatische ervaringen uit het verleden. Onder de juiste begeleiding kan de verbonden ademhaling die zich manifesteert als hyperventileren dan benut worden om die onverwerkte ervaring te verwerken. Verder herkennen ademcoaches en ademtherapeuten die met bewust verbonden ademen werken de weerstand om bewust verbonden te blijven ademen als pogingen om te verhinderen dat onverwerkte ervaringen uit het verleden in het bewustzijn naar boven komen. Beide fenomenen lijken dus te maken te hebben met onverwerkte—soms trauma-gerelateerde—ervaringen. In het geval van de weerstand tegen bewust verbonden ademen is de weerstand erop gericht het verbonden ademen en daarmee het bewust worden van onverwerkte ervaringen uit het verleden te verhinderen en in het geval van een paniekaanval lijkt de onverwerkte (traumatische) ervaring spontaan geactiveerd te worden en wordt daarbij gelijktijdig de intensieve, verbonden ademhaling geactiveerd. Dat laatste heeft waarschijnlijk te maken met activatie van het sympathische zenuwstelsel dat in een overlevingsstrategie schiet die direct gerelateerd is aan wat er tijdens de traumatische ervaring gebeurde maar die tijdens de oorspronkelijke ervaring onderdrukt werd (klik voor meer informatie hierover hier). De reden waarom ademtherapeuten in de verschillende vormen van weerstand pogingen herkennen om te verhinderen dat onverwerkte ervaringen uit het verleden in het bewustzijn naar boven komen is dat, wanneer de client ondersteund wordt om verbonden te blijven ademen, er in die gevallen bijna altijd onverwerkte ervaringen naar boven komen.
Onverwerkte ervaringen uit het verleden kunnen zich op uiteenlopende manieren manifesteren. Dat geldt zowel voor ervaringen die spontaan geactiveerd worden, als voor ervaringen die tijdens het verbonden ademen geactiveerd worden. Er kunnen duidelijke herinneringen aan traumatische gebeurtenissen tot bewustzijn komen; het kan ook zijn dat er onsamenhangend lijkende zinsindrukken, beelden, gedachten en gevoelens naar boven komen; en de ervaringen kunnen zich ook manifesteren als louter lichamelijke of motorische reacties.
Wanneer onverwerkte ervaringen uit het verleden eenmaal worden toegelaten, vergezeld van een (bewust) verbonden ademritme, dan gebeurt de verwerking van zulke ervaringen veelal spontaan, terwijl het verbonden ademritme zich ook spontaan (dus zonder bewuste controle) aanpast aan de ervaring. Naast het verbonden ademritme dat het naar boven komen van onverwerkte ervaringen uit het verleden stimuleert en vergezeld is de sleutel tot verwerking van onverwerkte ervaringen dus toelaten—het toelaten van de onverwerkte ervaring zelf, en toelaten dat het ademritme zich spontaan aanpast aan de lichamelijke en psychische behoeften.
Wanneer de ervaring is verwerkt is een gevoel van grote, soms ongekende heelheid onmiskenbaar. Dit gevoel openbaart zich zowel op lichamelijk als op geestelijk niveau en is innig verbonden met een vrije ademhaling.
Jijzelf, kennende, voelende, willende mens,
Jij bent het raadsel van de wereld.
Wat zij verbergt,
In jou openbaart het zich, het wordt
In jouw geest tot licht,
In jouw ziel tot warmte,
En de kracht van jouw adem,
Zij bindt voor jou het wezen van je lichaam
Aan zielewerelden,
Aan geestesrijken.
Zij voert je in de stof,
Opdat je je menszijn vindt,
Zij voert je in de geest,
Opdat je je geestelijk niet verliest.
(Rudolf Steiner, 10 juni 1918. Vertaling: P. de Wit)
© 2026 Paulus de Wit (website inhoud, ontwerp en publicatie).