Het Antroposofisch Mensbeeld

Antroposofie-geïnspireerde psychotherapie

Het bestaan van de antroposofie is vooral het verdienste van Rudolf Steiner (1861-1925). Hij wordt als de grondlegger van de antroposofie beschouwd. Initiatieven als vrije schoolonderwijs, biologisch dynamische landbouw, heilpedagogie en sociaal therapie, organische architectuur, ethisch bankieren, vernieuwde bewegingskunst (euritmie) en de beweging voor religieuze vernieuwing (de Christengemeenschap) zijn allemaal op Steiner terug te voeren en geïnspireerd door de antroposofie. Veel van deze initiatieven hebben inmiddels een vaste plek in onze cultuur ingenomen. Toch is werken aan de wezenlijke inhoud van die initiatieven ook na honderd jaar nog niet vanzelfsprekend. Het doelbewust inhoud geven aan door antroposofie geïnspireerde initiatieven vraagt voortdurende bewuste aandacht en spirituele moed.

Rudolf_Steiner._
dr. Rudolf Steiner

Dezelfde antroposofische inhoud ligt ten grondslag aan de visie op behandelen bij pneuma|psi. Dat geldt met name voor de psychotherapie, maar is ook zichtbaar in de benadering van het bewust verbonden ademen. Daarbij speelt het antroposofisch mensbeeld een fundamentele rol. In de korte inleiding op de beginpagina werd er al op gezinspeeld dat de mens vanuit de antroposofie kan worden opgevat als een drieledigheid. Die drieledigheid betekent dat de mens zowel geest, als ziel, als lichaam is. Niet als een bedacht schema of als een filosofische gedachte, maar als een beleefde werkelijkheid.

Naast de hierboven genoemde initiatieven heeft Rudolf Steiner, samen met de Nederlandse arts Ita Wegman, ook de grondslag gelegd voor een antroposofische geneeskunde. De heilpedagogie komt daar bijvoorbeeld rechtstreeks uit voort. Met de inhoud van psychotherapie heeft Rudolf Steiner zich niet bezig gehouden—althans niet op een constructieve, vernieuwende wijze zoals bij de hierboven aangehaalde initiatieven. Ten tijde van Steiner bestond de psychoanalyse al wel, maar daar had hij niet veel mee op. Integendeel, hij liet zich er nogal kritisch over uit. Het is meer dan honderd jaar geleden dat Rudolf Steiner overleed en inmiddels bestaat er een breed scala aan psychotherapeutische benaderingen. Net zoals antroposofisch geschoolde artsen en verpleegkundigen bestaan er inmiddels ook antroposofisch geschoolde psychologen en psychotherapeuten. Zij laten zich in hun therapeutische werk inspireren door de antroposofie. Ook bestaan er nationale en internationale beroepsverenigingen (verenigd onder de International Federation of Antroposophical Psychotherapy Associations) die zich bezig houden met onderzoek en met de bevordering en de verdere ontwikkeling van op de antroposofie gebaseerde psychotherapie. Omdat de op antroposofie gebaseerde psychotherapie zoals zij tegenwoordig bestaat doorgaans reguliere behandelmethoden gebruikt (die de therapeut toepast vanuit een antroposofisch perspectief) spreken we hier liever van een antroposofie-geïnspireerde, of een antroposofisch georiënteerde psychotherapie dan van antroposofische psychotherapie. De antroposofie-geïnspireerde psychotherapie onderscheidt zich met name van andere vormen van psychotherapie doordat zij zich laat leiden door het hierboven aangeduide antroposofische mensbeeld.

Belangrijk uitgangspunt in het antroposofisch mensbeeld is dat de mens niet beschouwd wordt als een door toevallige evolutie ontstaan fysiek wezen. Ontwikkeling wordt ook in de antroposofie als een drijvend principe beschouwd, maar door het hierboven geschetste drieledige mensbeeld te combineren met de ontwikkelingsgedachte ontstaat een beeld van de mens als geestelijk wezen dat op (en met) de Aarde mens wordt. Ook deze menswording kan gezien worden als een evolutie, maar niet als een enkel materiële evolutie, en zeker niet één die op toeval berust. Tijdens dit proces van menswording duikt ieder mens herhaaldelijk onder in een aardse lichamelijkheid. Reïncarnatie is daarbij een ander belangrijk aspect van het antroposofisch mensbeeld. Door deze herhaalde aardelevens is het wezen van de mens in staat zich te ontwikkelen. Inmiddels hebben wij als aardemensen in deze ontwikkeling een behoorlijk niveau van autonomie bereikt en kunnen we in vrijheid kiezen welke ontwikkelingsweg we volgen.

Met betrekking tot de aardemens—de geïncarneerde mens dus—spreken we in de antroposofie niet van een geest, een ziel en een enkelvoudig lichaam, maar van een drievoudige lichamelijkheid. In deze drievoudige lichamelijkheid huisvest de menselijke geest zich tijdens het aardse leven. Behalve een fysiek lichaam heeft elk levend wezen (dus mensen, dieren en planten) ook een eigen levenslichaam. Zonder levenslichaam vervalt een fysiek lichaam onder louter fysieke wetmatigheden en gaat het tot ontbinding over—zoals dat na de dood daadwerkelijk gebeurt. Bewuste wezens (mensen en dieren) hebben naast een fysiek- en een levenslichaam ook een eigen zielelichaam. Dat zielelichaam stelt hen in staat wakker te zijn, te ervaren en zich voort te bewegen. Alleen mensen hebben een eigen ik—een individuele geest. Daarmee is de mens het enige aardewezen dat ook echt een individuele biografie heeft. Hoewel iedere biografie dus uniek is, liggen er ook aan de menselijke levensloop duidelijke wetmatigheden ten grondslag.

Gedurende de eerste één-en-twintig jaren van het leven maakt het menselijk ik zich de drievoudige lichamelijkheid zoveel mogelijk eigen. Dat betekent onder meer het omvormen van een reflexmatig werkend lichaam in een lichaam waarin en waardoor de individuele menselijk geest zich autonoom uit kan drukken. Maar het betekent ook dat de zich ontwikkelende mens steeds meer zelfstandig leert denken. Daarbij wordt de wereld gaandeweg niet alleen gegrepen, maar ook begrepen. Na het één-en-twintigste jaar verschuift de menselijke ontwikkeling zich voor de volgende één-en-twintig jaar naar het gebied van de ziel.

In het aardeleven van de mens staat niet alleen het zich eigen maken door het ik van de verschillende aspecten van lichamelijkheid en de ziel centraal, maar ook wat de mens daar in de wereld mee doet. Iemands biografie weerspiegeld de activiteit die de menselijke geest in een aardeleven ontplooit. Door met aandacht bij iemands biografie stil te staan kunnen we diens ik waar leren nemen.

Waar ontwikkeling mogelijk is bestaat ook de mogelijkheid van stagnatie. Er kunnen omstandigheden optreden die ontwikkeling (tijdelijk) verhinderen of bemoeilijken. Zo kan psychologisch trauma, waar elders op deze website dieper op wordt ingegaan, een oorzaak van stagnatie in de ontwikkeling vormen. De gepensioneerde antroposofische kinderarts Edmond Schoorel schrijft over de ontwikkelingsstappen en mogelijke obstakels in een mensenleven het volgende:

Uit de geneeskundige praktijk, uit de psychologie en uit levenservaring kennen we het fenomeen van de ontwikkelingsstappen en -stagnaties in een mensenleven. De ontwikkeling van baby naar peuter, van peuter naar kleuter enzovoorts, tot aan volwassene en verder, gaat niet vanzelf, verloopt lang niet altijd organisch, soepel en harmonisch.

Kinderen kunnen knap onhandig en humeurig worden als ze tegen zo’n ontwikkelingsstap aanduwen en stagnatie ervaren. Een koortsende ziekte kan dan een methode zijn om de weerstand te overwinnen, de ontwikkelingsstap te zetten, een nieuwe fase te betreden, kortom: beter te worden. Dit principe geldt natuurlijk niet alleen voor kinderen.

In dit soort situaties is het oude zelf, zoals dat zich fysiek manifesteert in het immuunsysteem en psychisch in de ’coping mogelijkheden’, voorafgaand aan de koortsende ziekte, niet voldoende toegerust om de noodzakelijke ontwikkelingsstap te zetten. Er was hulp van buitenaf nodig. Een koortsende ziekte, bijvoorbeeld met een virusinfectie, biedt hulp om beter te worden, om een stap verder te komen in mijn ontwikkeling. Niet “weer de oude”, maar de nieuwe, beter.
(Geciteerd uit: Edmond Schoorel, Ziekte als oorzaak van virussen.)

Antroposofie-geïnspireerde psychotherapie beoogt het “oude zelf” de ruimte te geven een dieper liggend zelfhelend vermogen te ontdekken en aan te boren en daardoor letterlijk beter te worden. Als een ware Baron von Münchhausen is het mensenwezen in staat zich bij de "eigen haren" uit het moeras omhoog te trekken. Aan de onmogelijke capriolen van de Baron von Münchhausen gaan we normaal gesproken gekscherend voorbij—zoiets kan natuurlijk niet. Echter, als we de Baron als een zinnebeeld zien voor het menselijk ik wordt het een ander verhaal. Het ik is werkelijk in staat om zichzelf uit een zinnebeeldig moeras omhoog te trekken. Antroposofie-geïnspireerde psychotherapie kan daarbij een “hulp van buitenaf” zijn. Het aanboren van het zelfhelend vermogen is daarbij niets minder dan werkelijk contact maken met de eigen geestelijk wezenskern en die zijn genezende werk laten doen. De deelnemende aandacht vormt hierin de sleutel (zie hier)

De Baron von Münchhausen trok overigens niet alleen zichzelf bij de haren uit het moeras omhoog, hij trok ook het paard waarop hij zat mee omhoog. Vertaald naar de Baron als zinnebeeld voor het ik zou dat paard gezien kunnen worden als een beeld voor de menselijke ziel en lichamelijkheid...


Baron%20von%20Münchhausen%202
De Baron von Münchhausen

(De afbeelding die de achtergrond vormt van deze pagina is van het rode westelijke glasvenster in het Goetheanum in Dornach, Zwitserland—zij toont de geestelijke scholingsweg) 


© 2026 Paulus de Wit (website inhoud, ontwerp en publicatie).